Periode: ca. 1230 – 1560
Ontstaan: midden 12e eeuw in Frankrijk vanuit de wens voor hogere, lichtere kerken. Het verving de zware, donkere romaanse bouwstijl volledig
Kenmerken: Verticale lijnen, spitsbogen, grote glas-in-loodramen en luchtbogen. De focus lag op hemelse hoogte, lichtinval en een verfijnde, skeletachtige uitstraling.
Materiaal en bouwwijze: Natuursteen gecombineerd met kruisribgewelven. Dankzij steunberen en luchtbogen werd de druk verplaatst, waardoor muren dunner en ramen veel groter werden.
In Zeeland is de gotische bouwstijl rijk vertegenwoordigd, variërend van de vroege Scheldegotiek tot de rijk gedecoreerde Brabantse gotiek. De provincie herbergt enkele van de mooiste gotische monumenten van Nederland.
Na de brand van de romaanse kruiskerk in Aardenburg (1202) verrees een nieuwe vroeggotische kerk, waarvan schip en transept rond 1220 gereed waren. Kenmerkend voor deze Scheldegotiek zijn Doornikse steen, knopkapitelen en triforia met gekoppelde zuiltjes. Sporen hiervan zijn zichtbaar in de Balanspoort van de Middelburgse Abdij en in de kerken van Kloetinge en Cadzand. Ook het koor van Brouwershaven (ca. 1300) behoort tot deze stijl. De Middelburgse Abdijkerk kreeg begin 14de eeuw een langgerekte bakstenen Koorkerk. In dezelfde eeuw ontstonden hallenkoren in Aardenburg en Veere, en werd het schip van Groede tot hallenkerk verbouwd. Torens uit deze periode staan in Oudelande, Kapelle en Baarland; die van Nisse, ’s‑Heer Abtskerke en ’s‑Heer Arendskerke vallen op door forse steunberen en spaarnissen.
Vanaf de 15de eeuw ontwikkelde zich in het hertogdom Brabant een bouwstijl die geïnspireerd was op de Franse gotiek, herkenbaar aan ronde zuilen met koolbladkapitelen en een relatief laag middenschip. Bij de bouw werd gebruik van lichtgetinte natuursteen (ledezandsteen) en een rijke detaillering. Everaert Spoorwater speelde een belangrijke rol in de verspreiding van de Brabantse gotiek in Holland en Zeeland.
In Zeeland zijn de kruisbasilieken van Hulst, Veere, Goes en Tholen belangrijke voorbeelden, rijk gedecoreerd en met natuursteen bekleed. Koolbladkapitelen komen ook voor in Dreischor, Zoutelande, Scherpenisse, Wemeldinge en Kruiningen. Luchtbogen zijn toegepast bij het schip van Tholen en de hoge koren van Hulst en Goes.
In de loop van de 15de eeuw verrezen laatgotische kerken in onder meer Gapinge, Oosterland, Nieuwerkerk, Vlissingen, Haamstede en Brouwershaven. De torens met open voorhal in Ovezande, ’s‑Gravenpolder en Gapinge vormen een herkenbare groep. Monumentaal zijn de torens van Westkapelle (1432–1470) en de onvoltooide torens van Veere en Zierikzee.
Van de wereldlijke gotiek blijven vooral stadhuizen bewaard. Die van Sluis en Hulst hebben belfortachtige torens; het rijkste voorbeeld is het Middelburgse stadhuis (1452–1520), met flamboyante traceringen, vergelijkbaar zijn het stadhuis van Veere en het stadhuis Tholen. Laatgotische elementen zijn ook zichtbaar in de Gistpoort van Middelburg en de cisterne van Veere.
Het Zierikzeese huis De Haene toont de beste gotische woonhuisgevel, terwijl de Schotse Huizen in Veere (ca. 1539) de rijkste laatgotische woonhuizen vormen.