Periode: ca. 1630-1700
Ontstaan: rond 1630 tijdens de Gouden Eeuw. Invloedrijke Hollandse architecten Jacob van Campen en Pieter Post braken met de drukke versieringen van het maniërisme en kozen voor de strenge regels van Palladio
Kenmerken: Hollands Classicisme kent een strakke symmetrie, monumentale zuilenorden (pilasters) en sobere gevels met driehoekige frontons. De ontwerpen zijn gebaseerd op wiskundige harmonie en de klassieke statige eenvoud.
Materiaal en bouwwijze: Baksteen gecombineerd met veel zandsteen voor ornamenten. Men gebruikte exacte verhoudingen en vlakke gevels om orde, macht en rijkdom rationeel uit te stralen
Na het midden van de 17de eeuw verschoof de Zeeuwse bouwkunst naar het classicisme. Het meest indrukwekkende voorbeeld van de bouwstijl classicisme in Zeeland is de Oostkerk in Middelburg. Het eerste ontwerp dateert uit 1644; de voltooiing volgde in 1667. De kerk heeft een monumentale koepel en een kolossale ionische orde. Aan het ontwerp werkten toonaangevende architecten zoals Bartholomeus Drijfhout, Arend van ’s‑Gravesande, Pieter Post en Louis Jolijt. Andere classicistische kerken verrezen in IJzendijke (1659), Sint Philipsland (1668), Burgh (1674) en Driewegen (1674).
Belangrijke woonhuizen zijn Huis Lampsins in Vlissingen (1641) en Huis ’s‑Hertogenbosch in Middelburg (1665), beide met dubbele pilasterordes volgens het ordeboek van Scamozzi. Kolossale ionische pilasters kenmerken Dam 31 (ca. 1657) en Balans 11 (ca. 1661) in Middelburg, evenals Huis Hoope in Goes (1651). Smalle classicistische gevels, geïnspireerd op Philips Vingboons, zijn te zien bij De Witte Swaen in Zierikzee (1658) en ’t Huys Borssele in Goes (ca. 1660).
Een bijzonder voorbeeld in Zeeland is de galerij met open markthal in Zierikzee (1652), gebruikt als beurs. Het ontwerp is duidelijk geïnspireerd op Brunelleschi’s vondelingenhospitaal in Florence (1419). De bovenverdieping met rondboogvensters en zonder pilastergeleding sluit nauw aan bij de sobere vormentaal van het classicisme.