Periode: 1700-1813
Ontstaan: eind 17e eeuw verschoof het Europese culturele zwaartepunt naar Frankrijk. De architectuur ontwikkelde zich in Frankrijk onder de koningen Lodewijk XIV, XV en XVI. De bouwstijl verspreidde zich naar Nederland als symbool voor status en luxe.
Kenmerken:
Materiaal en bouwwijze: Natuursteen en baksteen met rijk versierde gevels. Men gebruikte stucwerk, rijk houtsnijwerk en siersmeedwerk voor vensters en monumentale deuromlijstingen
De Lodewijkstijlen markeren een periode van grote weelde in Zeeland. In de 18e eeuw werden veel middeleeuwse en 17e-eeuwse panden “gemoderniseerd” met nieuwe gevels en rijke interieurs in de Franse mode van die tijd.
Vanaf ca. 1730 verrezen diverse Lutherse kerken in Zeeland in de Lodewijkstijl, waaronder die van Vlissingen (1735), Groede (1743) en Zierikzee (1755). De rijkste uitvoering is de Lutherse kerk van Middelburg (1742), met een uitgesproken Lodewijk XIV‑stijl.
De Middelburgse architect Jan de Munck ontwierp daarnaast het IJkkantoor (1739) en zijn eigen huis Het Observatorium (1736) in Middelburg.
Een andere invloedrijke architect was de van oorsprong Vlaamse Jan Pieter van Baurscheit de Jonge, verantwoordelijk voor het rijk gedecoreerde Beeldenhuis in Vlissingen (1730), het ingetogen buitenhuis Der Boede (1733) en de Koepoort van Middelburg (1739).
Tot de rijke Lodewijk XIV‑voorbeelden behoren ook het landshuis van Hulst (ca. 1730) en diverse Middelburgse woonhuizen zoals De Pyramide (1733) en Wagenaarstraat 1 (ca. 1735).
De overgang naar de Lodewijk XV‑stijl is zichtbaar in panden als Kleine Kade 47 in Goes (1763). Het stadhuis van Goes kreeg in 1775 een nieuwe rococo‑voorgevel en bordestrap. Andere stadhuizen kregen vooral nieuwe bordessen, zoals in Veere (1749), Sluis (1756), Middelburg (1756) en Tholen (1758).
Rijke woonhuizen in Lodewijk XV‑stijl zijn onder meer Grote Markt 17 in Goes (1753), De Schaepskoye (ca. 1755) en Lange Noordstraat 63 (ca. 1760) in Middelburg, en De Aveling in Zierikzee (1788). Asymmetrische pronkrisalieten — typisch rococo — komen voor bij Langeviele 51 (Middelburg), d’Adelaere en De Halve Mane (Zierikzee) en Edenburg in Vlissingen.
De Lodewijk XVI‑stijl bracht eenvoud en symmetrie. Voorbeelden zijn het ambachtshuis van Oud‑Vossemeer (1771), het bijna ornamentloze rechthuis van Colijnsplaat (1769) en het woonhuis De Zoutkeet in Zierikzee (ca. 1790).
Publieke ontwerpen uit deze periode zijn het Oude mannen‑ en vrouwenhuis in Middelburg (1784) en de kerk van Hoofdplaat (1785), beide van de Middelburgse stadsarchitect Coenraad Kaijser.
De overgang naar de empirestijl is zichtbaar in Havenpark 33 in Zierikzee (1828). Het rijkste empirevoorbeeld is Lange Noordstraat 39 in Middelburg (1825), herkenbaar aan het pronkvenster met gevleugelde klauwen en de karakteristieke wisseldorpelklosjes, die later ook elders in Zeeland opduiken.