Periode: 1900-1918
Ontstaan: als vernieuwende tegenreactie op historische stijlen. Men zocht inspiratie in de natuur, gebogen lijnen en eerlijk, modern vakmanschap.
Kenmerken: Asymmetrie, organische vormen, bloemmotieven en sierlijke lijnen (zweepslag). Gebouwen hebben vaak kleurrijke tegeltableaus, hoefijzervormige ramen en smeedijzeren balkons.
Materiaal en bouwwijze: Gebruik van baksteen, glazuurtegels, smeedijzer en glas-in-lood. Constructieve elementen zoals ijzeren balken werden decoratief zichtbaar gelaten in het ontwerp.
Zeeland: de “sobere” Nederlandse variant van Jugendstil: strakker metselwerk met kleurrijke accenten van geglazuurde tegels boven ramen en deuren. Ook het smeedijzer van lantaarns en hekwerken in de historische centra verraadt vaak deze stijl.