Geboren: 1854, Middelburg
Overleden: 1913, Den Haag
Johannes Jacobus van Nieukerken werd geboren in een arm gezin in Middelburg. Hij startte zijn werkende leven op 16 jarige leeftijd bij Rijksdomeinen in Zeeland. Op zijn 19e werd hij aspirant‑opzichter van Rijkswaterstaat in Middelburg. In 1877 werd hij overgeplaatst naar het kantoor Utrecht. In de avonduren werkte hij op een architectenbureau en besteedde zijn vrije tijd aan het opmeten en analyseren van historische gebouwen om zijn bouwkundige kennis te verdiepen.
In 1878 werd Van Nieukerken hoofdopzichter bij de Rotterdamsche Handelsvereeniging van Lodewijk Pincoffs, maar na het faillissement vond hij snel een nieuwe positie bij architect Isaac Gosschalk in Amsterdam. Daar werd hij aangespoord zijn technische kennis verder te versterken. Dankzij Gosschalks aanbeveling kwam hij in 1880 terecht op het Haagse architectenbureau van Jacobus van Lokhorst, dat toezicht hield op onderwijsgebouwen en projecten waarbij monumentenbeschermer Victor de Stuers betrokken was.
Naast zijn werk voor Van Lokhorst nam Van Nieukerken particuliere opdrachten aan. In 1886 kreeg hij de opdracht voor het nieuwe Badpaviljoen Domburg, een prestigieus project voor de high society. De vooruitzichten op meer eigen werk deden hem besluiten volledig zelfstandig verder te gaan. In 1887 richtte hij in Den Haag zijn eigen architectenbureau op.
De bouw van het Badpaviljoen en diverse villa’s in Domburg maakten Van Nieukerken snel bekend. Zijn groeiende netwerk en goede relaties zorgden voor een bloeiend bureau. In 1898 kreeg hij zelfs de opdracht van koningin Wilhelmina voor de verbouwing en restauratie van de vestibule van Paleis Het Loo, een bevestiging van zijn reputatie binnen de Nederlandse architectuur.
Het bureau werd later voortgezet door zijn zonen Marie Adrianus (1879–1963) en Johan (1885–1962). Samen vormden zij een familiebedrijf dat een blijvende invloed had op de architectuur in Nederland, met een oeuvre dat varieert van landhuizen tot restauraties van monumentale gebouwen.