Periode: 1875-1913
Ontstaan: door economische bloei als gevolg van industrialisatie groeide nationalisme en heimwee naar de Gouden Eeuw. Men greep terug op de architectuur van het 16e-eeuwse maniërisme.
Kenmerken: Trapgevels, speklagen, horizontale lijnen en rijk versierde geveltoppen. Het is een kleurrijke, levendige stijl met veel ornamenten en torentjes.
Materiaal en bouwwijze: Rode baksteen afgewisseld met witte natuursteen (speklagen). De bouw combineert traditionele ambacht met moderne technieken voor monumentale publieke gebouwen en woningen.
Zeeland: de nostalgische stijl van de Gouden Eeuw werd gebruikt voor publieke gebouwen en luxe woonhuizen. Zeeuwse architecten die in neorenaissance ontwierpen waren J.J. van Nieukerken en J.A. Frederiks.