Periode: 1850-1910
Ontstaan: halverwege de 19e eeuw heeft men genoeg van het statige, starre neoclassicisme van de elite en overheid. Industrialisatie, technische ontwikkelingen en infrastructuur zorgen vele nieuwe bouwopgaven. In de zoektocht naar nieuwe architectuur worden elementen uit verschillende historische bouwstijlen gecombineerd tot één nieuw geheel.
Kenmerken: Rijke mengeling van neogotiek, neorenaissance en neoclassicisme. Kenmerkend zijn de overvloedige decoraties, gestuukte ornamenten en een zeer afwisselend gevelbeeld
Materiaal en bouwwijze: Combinatie van baksteen, stucwerk en gietijzer. Men paste seriële fabrieksproducten toe voor geveldecoraties, wat snelle en rijk versierde bouw mogelijk maakte.
Zeeland: In Zeeland is het eclecticisme vooral terug te vinden in de architectuur die rijkdom en internationaal aanzien moest uitstralen, zoals herenhuizen, villa’s en luxe hotels.