Periode: ca. 950-1250
Ontstaan: rond 1000 na Christus, geïnspireerd door de Romeinse architectuur. Het was de eerste pan-Europese stijl tijdens de vroege middeleeuwen.
Kenmerken: Massieve muren, kleine rondboogvensters, horizontale lijnen en zware steunberen. De gebouwen ogen sober, robuust en hebben vaak een kruisvormig grondplan.
Materiaal en bouwwijze: Voornamelijk zware natuursteen en baksteen. De constructie steunt op dikke muren en tongewelven om het gewicht van het steen te dragen.
De romaanse bouwkunst laat in Zeeland weinig sporen na, maar juist daardoor vallen de overgebleven elementen extra op. In de kelders van de Middelburgse abdij bevinden zich enkele laat‑romaanse vensters uit de tweede helft van de 12de eeuw. Het koor van de kerk in Renesse, rond 1300 ontstaan, werd in 1976 volledig herbouwd. Het meest betekenisvolle voorbeeld blijft de cisterciënzer kloosterkapel van Kloosterzande (ca. 1250), met een sober bakstenen koor en rondboogvensters, verwant aan de strakke romano‑gotiek van de Vlaamse kloosters Ten Duinen en Ter Doest