Periode: ca. 1960-1980
Ontstaan: Nederlandse architectuurstroming als reactie op de anonieme, grootschalige en monotone functionalistische architectuur van de naoorlogse jaren. Architecten zagen de stad als een levend organisme en zochten naar een menselijke maat met flexibele, groeiende structuren. Idee vanaf 1959 in het architectuurtijdschrift Forum door architecten Aldo van Eyck, Herman Hertzberger en Jacob Bakema uitgedragen. Later wordt de bouwstijl ook kleinschaligheid genoemd.
Kenmerken: geometrische, doolhofachtige structuren opgebouwd uit geschakelde modules. Gebouwen lijken vaak op kleinschalige dorpen met binnenstraten, pleintjes en ontmoetingsruimtes. Stadsvernieuwing en uitbreidingswijken krijgen bouwblokken die verspringen en ingewikkelde stratenpatronen in woonerven
Materiaal en bouwwijze: gebouwd met prefab beton, betonstenen, glas en hout. De bouwwijze is modulair; identieke basiselementen worden herhaaldelijk gekoppeld tot een complex, flexibel uitbreidbaar geheel.
Zeeland: vroege structuralisme uit de jaren ’60 en ’70 is nauwelijks vertegenwoordigd in Zeeland. Wel zijn er uitstekende, latere voorbeelden te vinden waarin de stedenbouwkundige principes van het structuralisme zijn toegepast. Bijvoorbeeld in de ontwerpen van de Middelburgse architect Jos Jobse.